De afgelopen tijd kwamen er weer verschillende lezersvragen binnen. Waaronder deze: wie zorgt er eigenlijk voor de kleding van de koning?
Hierbij kunnen we onderscheid maken tussen drie ‘afdelingen’.
Valet
Koning Willem-Alexander heeft geen persoonlijke kamerdienaar meer in dienst. Deze functie is in 2013 afgeschaft. Voor de dagelijkse kledingkeuze en het klaarleggen van de outfit, kan de koning vertrouwen op zijn valet. Deze kan hem assisteren bij het aankleden voor officiële gelegenheden. Daarnaast zie hij toe op etiquette. Ook zorgt hij dat alle details kloppen. Hierbij kun je denken aan schoenen, zitten de onderscheidingen op de juiste plaats, en zit de stropdas goed. Het is overigens niet bekend wie de valet van de koning is. Daarnaast heeft de koning meerdere lakeien in dienst. Zij zorgen er onder andere ook voor dat het de gasten aan niets ontbreekt.

De valet (voorheen kamerdienaar) moet overigens niet verward worden met een kamerheer. Hij of zij is een adviseur van de koning. De koning heeft per provincie een kamerheer én er is een kamerheer in de hoofdstad.
Garderobe en linnenkamer
De afdeling Garderobe en linnenkamer valt onder de Dienst van het Koninklijk Huis, en daarbij speciaal onder het Departement Hofmaarschalk. Dit hofpersoneel is verantwoordelijk voor het reinigen, stomen, herstellen, persen en beheren van de kledingstukken. Daarbij horen ook koninklijke uniformen en ceremoniële kleding.

Gespecialiseerde kleermakers
Tot slot, of eigenlijk begint het hiermee, moet de koning natuurlijk ook, net als ieder ander persoon, zijn kleding aanschaffen. Voor zijn zakelijke pakken en kostuums maakt koning Willem-Alexander vaak gebruikt van het maatwerk van couturehuizen als Brioni en Hermès. Op het gebied van uniformen en galatenues moet hij op een ander adres zijn. Voor ceremoniële tenues en militaire uniformen (al dan niet in gala) kan hij terecht bij Nederlandse meesterkleermakers. Een voorbeeld hiervan is George Pisa & Zn. Tailleurs.

Foto ©PPE/RPE/Schoemaker
George Pisa
George Pisa begon in 1927 als kleermaker in Eindhoven. Hij stond toen al bekend om zijn nauwkeurige maatvoering een aandacht voor details. Toen Leo Pisa in het bedrijf kwam, werd de kleermakerij een familiebedrijf, dat de naam George Pisa & Zn. Tailleurs kreeg. Nieuwe generaties volgden, waarbij ook telkens nieuwe kansen werden gezien. Onder leiding van Leo Pisa specialiseerde het bedrijf zich in uniformen en bedrijfskleding. Hij haalde al snel een grote opdracht binnen van de politie van Eindhoven. Maar ook de Nederlandse en Belgische defensie vond al snel zijn weg naar het bedrijf in Eindhoven. Inmiddels mag het bedrijf dus ook koning Willem-Alexander tot zijn clientèle rekening. De koning komt hier voor zijn ceremoniële kleding. In het atelier worden handwerk en moderne technieken gecombineerd, wat leidt tot een perfect resultaat. Overigens kun je er alleen op afspraak terecht, wat onder andere voorkomt dat de koning tegelijk met iemand anders moet passen en meten.


Brioni en Hermès
De maatpakken van de koning zijn vaak afkomstig van Brioni. Zo zouden zijn kostuums, gedragen tijdens de fotoshoot met Erwin Olaf in 2018, afkomstig zijn van Brioni. Ook tijdens staatsbezoeken en bij andere gelegenheden zien we hem vaak in maatpakken van Brioni. Er wordt echter niet veel uitgezocht waar de pakken van de koning exact vandaan komen, niet zoals dat bij de kleding van koningin Máxima gebeurd. Met pakken is het ook wat lastiger om te vinden, en wat minder interessant. Daarom is niet van al zijn pakken te zeggen waar ze vandaan komen.

Op het gebied van stropdassen is het een ander verhaal. De koning heeft veel stropdassen van Hermès in zijn kast liggen, maar ook van Salvatore Ferragamo. Wie er ook goed bij Hermès kan slagen? Dat lees je hier!



Meer lezen over kledinggebruiken
Wil je graag meer lezen over kledinggebruiken? Dat kan hier.
En hoe bleef de koningsmantel toch eigenlijk hangen?
Oh nee, de koning liet zijn favoriete stropdas doorknippen…
Gelukkig is onze koning een aantal jaren geleden meer aandacht aan de pasvorm van zijn kleding gaan geven. Daarvoor kon hij er soms wat “soepig” bijlopen met te grote jasjes en te ruime, te lange pantalons.
Dat is gelukkig achter de rug.
Nu komt het soms voor dat de combi “jasje-dasje” niet zo lekker valt. Te bleek bij elkaar.
Maar de combi gele Hermès met donker kobaltblauw vind ik werkelijk prachtig en hij bezit een werkelijk schitterende hoeveelheid prachtige stropdassen.