Vandaag werden op Paleis Noordeinde de resultaten van het onderzoek naar de koloniale geschenken van de Oranjes gepubliceerd. Omdat ik diverse reacties en lezersvragen in mijn mailbox zie verschijnen, hier een kort verslag.
Rond 2021 werd er in Nederland veel gesproken over het koloniale verleden van ons land. Denk maar aan het buiten gebruik stellen van de Gouden Koets, de koninklijke excuses tijdens Keti Koti en de gesprekken met nazaten van tot slaaf gemaakten. In 2021 werd achter de paleisdeuren besloten dat de herkomst van de koninklijke geschenken in het familiearchief onderzocht moest worden. Het kostte een jaar om een onafhankelijk onderzoeksteam samen te stellen en de collectie te inventariseren. Want wat zou een koloniale herkomst kunnen hebben en wat niet?
Schulden en een veiling
In 2022 werd er voor het eerst gecommuniceerd over het onderzoek. Het onderzoeksteam dacht ondertussen na over verschillende methodieken. Zo’n anderhalf jaar geleden ging de onderzoekstrein eindelijk op volle snelheid rijden. Uiteindelijk traceerden de onderzoekers ruim duizend objecten die afkomstig zijn uit Indonesië, Suriname en het Caribisch gebied. Dit is overigens slechts een fractie van wat de Oranjes ooit bezaten; het grootste deel van de koloniale verzameling is in de loop der tijd verdwenen of destijds geveild om de enorme schulden van koning Willem II af te lossen.
Bij deze duizend overgebleven objecten werd vermoed dat ze een koloniale herkomst zouden kunnen hebben. Technieken, materialen en bijgevoegde informatiekaartjes waren hiervoor de indicatoren. ‘Koloniaal’ is echter geen synoniem voor ‘op de verkeerde manier verkregen’. Het zegt simpelweg dat het object uit een land komt dat ten tijde van de schenking een kolonie was, of dat er destijds op z’n minst sprake was van een ongelijke machtsverhouding.

Krijgsbuit
Van 200 objecten kon de exacte herkomst uiteindelijk niet worden vastgesteld. Bij bijna 800 objecten bestaat het vermoeden dat ze op een juiste manier verkregen zijn. Bij enkele tientallen objecten zijn er twijfels, en daarnaast is van een aantal objecten inmiddels vastgesteld dat zij krijgsbuit waren. Een donderbuks bijvoorbeeld, die werd buitgemaakt tijdens een koloniale oorlog en vervolgens aan koning Willem lll werd geschonken. Vandaag de dag ligt het wapen in het depot van de Militair Museum.

Binnenkort online: de koloniale geschenken van de Oranjes
Eind 2026, met wellicht een kleine uitloop naar begin 2027, worden alle objecten uit het onderzoek online gezet, zowel in het Nederlands als in het Engels. Iedereen kan de objecten dan bekijken. Als er een redelijk vermoeden bestaat dat een familie, land of stad recht heeft op het object, kan dat worden aangegeven en wordt er een gesprek gestart. Betekent dat dan: cadeaupapier eromheen en opsturen maar? Nee. Samen met een commissie zal er gekeken worden naar de redelijkheid en juistheid van het verzoek. Stel dat een vroegere regeringsleider iets heeft geschonken; deed hij dat dan als privépersoon (wat in het verleden wel vaker voorkwam) of namens de regering? En was die schenking inderdaad onvrijwillig? Pas als op dergelijke vragen een antwoord is gekomen, kan de rol met cadeaupapier tevoorschijn worden gehaald.
Indien er een vermoeden van herkomst is, zullen betrokken partijen ook proactief benaderd worden. Toch moeten we volgens de onderzoekers er niet direct vanuit gaan dat iedere tegenpartij zit te wachten op een object uit het verleden. In andere casus werden teruggeschonken objecten amper bekeken. En zo zal iedere casus een stukje maatwerk worden. Wordt vervolgd, zullen we maar zeggen.
Goed om te zien dat er niet alleen grijze, blanke heren in deze commissie zitten👍😉